
Het kompas gebruiken
Als uw apparaat een kompas heeft en dit geactiveerd is,
draaien zowel de pijl van het kompas als de kaart
automatisch dezelfde kant op als de bovenkant van uw
apparaat.
Selecteer
Menu
>
Kaarten
en
Mijn positie
.
Het kompas activeren
Selecteer .
Het kompas deactiveren
Selecteer nogmaals . De kaart is naar het noorden gericht.
Het kompas is actief wanneer de omtrek groen is. Als het
kompas gekalibreerd moet worden, is de omtrek rood of
geel. Kalibreer het kompas door het apparaat in een
vloeiende beweging rond alle assen te draaien.
De nauwkeurigheid van het kompas is beperkt.
Elektromagnetische velden, metalen objecten of andere
externe omstandigheden kunnen de nauwkeurigheid van
het kompas nadelig beïnvloeden. Het kompas moet altijd
goed worden geijkt.
© 2009 Nokia. Alle rechten voorbehouden.
94